HOOFDSTUKKEN
Kort Tekst    
  Tekst   Inleiding
  Tekst   Over dit handboek
  Tekst   Goed, beter, best
  Tekst   Met dank aan
  Tekst   Geschiedenis
  Tekst   Terminologie
Kort Tekst   Waarom gevelisolatie
Kort Tekst   Systeemopbouw
Kort Tekst   Mortels
Kort Tekst   Bouwfysica
Kort Tekst   Kwaliteitszorg
Kort Tekst   Beoordelingsrichtlijn
Kort Tekst   Detailleren
Kort Tekst   Bestek en technisch advies
  Tekst   Stukadoorsbedrijf en Systeemhouder
Kort Tekst   Werkvoorbereiding
Kort Tekst   Verwerking
Kort Tekst   Arbeidsomstandigheden
Kort Tekst   Controle
Kort Tekst   Milieuaspecten
  Tekst   Schade
Kort Tekst   Onderhoud
Kort Tekst   Garantie
  Tekst   Tot slot
  Tekst   Literatuurlijst
  Tekst   Afkortingenlijst
Kort   Alfabetisch
     
 

20 Milieuaspecten

Gevelisolatie is in het gebruik bijzonder milieuvriendelijk vanwege de brandstofbesparing. Hierdoor wordt het milieu minder belast. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de wettelijke bepalingen en daarna worden de individuele milieuaspecten belicht van de meest voorkomende materialen die bij gevelisolatie worden toegepast. Daarbij wordt gekeken naar de fabricage, het aanbrengen, de gebruikstoestand en de sloop.

20.1 Afvalstoffenwetgeving

Op 1 januari 1994 is de Wet Milieubeheer uitgebreid en gelijktijdig is de Afvalstoffenwet en de Wet Chemische Afvalstoffen (WCA) ingetrokken. De uitbreiding van de wet bevatte o.m. het navolgende:

  • chemisch afval heet voortaan gevaarlijk afval
  • meer bevoegdheden inzake afvalverwijdering zijn aan provincies toegekend
  • andere/nieuwe regeling voor afgifte van zowel gevaarlijk als bedrijfsafval
  • nadruk op afvalpreventie en doelmatige verwijdering.

Van afval is wettelijk gezien pas sprake indien het gaat om 'een stof of produkt waarvan iemand zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, zal ontdoen of moet ontdoen.' Hierbij geldt dat eigenlijk ieder afval, dat bij de bedrijfsuitoefening vrijkomt, bedrijfsafval is, tenzij het is aangewezen als gevaarlijk afval op grond van het 'Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen' (BAGA). De in tabel geeft een beperkt overzicht van de gevaarlijke afvalstoffen die bij de gevelisolatie vrij (kunnen) komen. Bouw- en sloopafval en lege verpakkingen, mits ontdaan van bepaalde stoffen, zijn geen gevaarlijk afval.

20.2 Gevaarlijk afval en de wet

Voor gevaarlijk afval bevat de Wet Milieubeheer een uitgebreide afgifteregeling. Deze regeling geldt in het gehele land op gelijke wijze. Kort samengevat bepaalt deze afgifteregeling dat

  • gevaarlijk afval alleen mag worden afgegeven aan een vergunninghouder (vraag er naar!) of aan het gemeentelijk depot. Niet alle depots accepteren echter gevaarlijke afvalstoffen van bedrijven. Daarbij wordt soms een maximum gewicht per bedrijf per jaar gesteld;
  • bij de afgifte een omschrijving van het gevaarlijk afval moet worden gegeven en de afgifte moet worden gemeld;
  • gevaarlijke afvalstoffen naar één soort gescheiden moeten worden bewaard en aangeboden;
  • alle gegevens betreffende de afgifte geregistreerd en (drie jaar) bewaard moeten worden;
  • bij ieder transport een begeleidingsbrief moet worden meegegeven.

In de praktijk zal de vergunninghouder enkele van de genoemde verplichtingen (melden, begeleidingsbrief) voor de afval'ontdoener' verrichten.

20.3 Bedrijfsafval en de wet

Voor bedrijfsafval bevat de Wet Milieubeheer een globale regeling die door de verschillende provincies anders kan worden ingevuld via de z.g. Provinciale Milieu Verordening (PMV).

In ieder geval geldt dat ook bedrijfsafval alleen door een vergunninghouder mag worden afgegeven. Daarnaast kan een provincie bepalen dat:

  • iedere afgifte gemeld wordt
  • bij ieder transport een geleidebrief aanwezig is
  • bij iedere afgifte wordt omschreven wat wordt afgegeven
  • alle afgiftes worden geregistreerd e.d.

Let wel: van afgifte is ook al sprake indien afval van de ene vestiging naar de andere (binnen een bedrijf) wordt overgebracht.

In de praktijk gelden sommige van de genoemde regels voor de afgifte van bedrijfsafval niet voor z.g. primaire ontdoeners (zoals stukadoorsbedrijven).

In alle gevallen geldt, dat verpakkingen (emmers, blikken o.d.) geen gevaarlijk afval zijn maar vallen onder bedrijfsafval. Zij moeten open worden gehouden teneinde controle op de inhoud mogelijk te maken.

20.4 Bodembescherming

De Wet Bodembescherming legt aan ieder een z.g. zorgplicht op; iedereen heeft ervoor zorg te dragen dat de bodem niet verontreinigd wordt en dat eenmaal opgetreden verontreiniging ongedaan wordt gemaakt (gesaneerd). Hierbij te denken aan de opslag van materiaal op het werk en in/bij het bedrijf.

20.5 Meer informatie

Bij alle provincies kan nadere informatie kan worden ingewonnen.

Afvalstoffen Gevelisolatie Gevaarlijk afval
Bouw- en sloopafval incl. snijresten van isolatieplaten. 1) Nee
Mineraalgebonden mortel:
  • Afval/Onbruikbare mortel
  • Voorwerpen die vervuild zijn met vloeibare of vaste pleisterresten zoals: verontreinigde poetsdoeken, lappen, afplakband, tape en mond- en maskerfilters
  • Vervuild water van gereedschappen waarmee pleisters zijn verwerkt.
Nee
Resten reinigingsvloeistof voor muren, reiniger gereedschappen en schoonmaakmiddel Ja
Afval/Onbruikbare dispersiegebonden pleister Ja
Voorwerpen die vervuild zijn met vloeibare of vaste dispersiegebonden pleisterresten Ja 2)
Resten PUR-schuim Nee
Resten Kit Ja 2)
Vervuild water van gereedschappen waarmee dispersiegebonden pleisters zijn verwerkt Ja
Leeg verpakkingsmateriaal 3) Nee
Met uitgeharde dispersiegebonden pleister verontreinigde poetsdoeken, lappen, afplakband en tape Ja 2)
Met uitgeharde dispersiegebonden pleister verontreinigde mond- en maskerfilters Ja
1) Bouw- en sloopafval valt niet onder het BAGA, mits zich daarin, op het moment van afgifte, na selectief verwijderen geen lood en asbesthoudende bestanddelen bevinden noch verontreinigd verpakkingsmateriaal van verf, houtverduurzaamingsmiddelen, zuren, lijmen of kitten.
2) Hoeft niet altijd gevaarlijk afval te zijn. Dit is afhankelijk van de concentratie van de erin voorkomende individuele stoffen. Indien de houder van een in de BAGA-processenlijst aangewezen afvalstof aantoont dat deze afvalstoffen de in de Stoffenlijst van de BAGA genoemde concentratiegrenswaarden niet overschrijdt, wordt deze afvalstof niet langer als gevaarlijke afvalstof aangemerkt.
3) Onder verpakkingsmateriaal wordt verstaan: potten, flessen, vaten, kitkokers, cans, zakken en dozen vervaardigd uit materialen zoals papier, karton, glas, kunststof en metaal. Het ministerie VROM hanteert de navolgende vuistregel voor het begrip 'leeg': Indien een verpakkingsmiddel op de daartoe geëigende wijze zorgvuldig wordt geledigd en uitgeschud zonder dat er nog inhoud uit de verpakking komt, wordt het verpakkingsmiddel geacht leeg te zijn. Zorgvuldig legen betekent bijv. dat zakken goed worden uitgeschud, vloeistoffen uit cans goed uitlekken en dat verpakkingen met pasteuze stoffen goed worden uitgeschraapt.

20.6 De wet in de praktijk

Wat in ieder geval niet mag is afval:

  • storten (ongeacht waar en hoe)
  • zomaar wegwerpen (bijv. op de openbare weg)
  • met ander afval mengen
  • in het oppervlaktewater lozen
  • aan zomaar iemand afgeven

De enige juiste manier is het afgeven van afval aan een houder van een vergunning.

In dit handboek wordt niet verder ingegaan op de details uit de wet.

20.7 Onderdelen en hun milieuaspecten.

Hierna wordt ingegaan op milieuaspecten van de belangrijkste gevelisolatieonderdelen. Hierbij wordt ook aandacht geschonken aan de vervaardiging. Om niet teveel in details te treden wordt niet ingegaan op de fabricage van de grondstoffen waaruit die onderdelen zijn vervaardigd of samengesteld.

Zoals onderstaand is beschreven is 'recycling' van o.a. afval van isolatieplaten mogelijk. In de praktijk wordt dit (nog) niet vaak doorgevoerd.

20.7.1 Geëxpandeerd polystyreen

Een geëxpandeerde polystyreenplaat bestaat voor 98 % uit lucht. De overige 2 % is de basisgrondstof polystyreen waarvoor aardolie als grondstof dient. Het basisprodukt bestaat uit kleine harde polystyreenkorreltjes die door polymerisatie van monostyreen zijn ontstaan. Bij de produktie door verhitting met stoom wordt het blaasmiddel pentaan gebruikt; een niet-giftige koolwaterstof. Door de hitte wordt de pentaan gasvormig en ontstaan de lichte polystyreenparels. De losse parels worden vervolgens met stoom in vormen aaneengesloten tot grote polystyreenblokken. Nadat deze blok voldoende is gekrompen (geboortekrimp) wordt deze tot platen gesneden. Over de bij de produktie vrijkomende pentaan hebben de Nederlandse fabrikanten met de overheid afspraken gemaakt om deze uitstoot met 50 % te reduceren voor het jaar 2000. Bij de produktie worden nu al aanzienlijke hoeveelheden pentaan en energie teruggewonnen. Geëxpandeerd polystyreen is volledig CFK-vrij. Er werden bij de produktie overigens nooit CFK's gebruikt.

Bij de recycling wordt verschil gemaakt tussen schoon en vervuild polystyreen. Het in gevelisolatie gebruikte polystyreen valt door de aanhechting van de mortel onder de laatste categorie. Recycling van schoon polystyreen is momenteel al aan de orde van de dag. De fabrikanten zijn momenteel bezig met het verbeteren van de recycling van het vervuilde materiaal. Te verwachten is dat binnenkort concrete resultaten worden geboekt. Reststoffen zullen dan door verbranding worden gebruikt voor 'energie-terugwinning'. Hierbij wordt gedoeld op volledige en dus schone verbranding bij zeer hoge temperaturen in speciale verbrandingsovens.

20.7.2 Geëxtrudeerd polystyreen

Geëxtrudeerd polystyreenplaten worden uiteraard d.m.v. een extrusieproces vervaardigd. Hierbij wordt de basisgrondstof polystyreen vermengd met verschillende additieven o.a. kleurstof en een vlamvertrager terwijl blaasmiddel dient voor het expanderen van het mengsel. Na dit proces wordt het materiaal gezaagd. Het extruderen van geëxpandeerd polystyreen verbruikt weinig energie en is bovenal een schoon proces. Binnenkort zal bij de vervaardiging bij een van de belangrijkste fabrikanten gebruik gemaakt worden van kooldioxide als blaasmiddel. Dit kooldioxide komt als bijprodukt van andere industriële processen vrij. Produktresten ontstaan door bijv. randafwerking, oppervlaktebewerking etc., worden direct in het proces hergebruikt.

Voor wat betreft de recycling geldt in grote lijnen hetzelfde als is omschreven bij geëxpandeerd polystyreen.

20.7.3 Steenwol

Steenwol wordt gefabriceerd van vulkanische gesteente dat o.a. in Duitsland, Frankrijk en Zweden in dagbouw wordt gewonnen. Het materiaal wordt gesmolten en gesponnen tot vezels. De vezels worden met een bindmiddel aan elkaar gehecht en tot platen gevormd. De energie die de vervaardiging van steenwol kost is per saldo meer, maar is binnen 1 à 2 maanden gebruik terugverdiend. De uitstoot van zwavelwaterstof, zwaveldioxide en stof is bij de vervaardiging van steenwol door de belangrijkste Nederlandse fabrikant sinds 1987 met 90 % of meer gereduceerd.

Snijresten van steenwol kunnen, onder voorwaarden, op de bouwplaats in een speciale container of speciale zakken worden verzameld tegen een vast bedrag aan kosten per m³. De containers worden afgevoerd naar een recyclingfabriek. Daar wordt het restmateriaal verwerkt tot briketten die weer als grondstof bij de produktie van nieuwe steenwol worden gebruikt.

20.7.4 Cellulair glas

Voor de vervaardiging van cellulair glas wordt glas in een kogelmolen onder toevoeging van koolstof tot poeder vermalen. Dit mengsel wordt in vormen gestort en tot ca. 1000 ° C verhit. Hierbij oxideert de koolstof en ontstaan gasbellen. Door een lichte verontreiniging van zwavel uit de koolstof en waterstof uit het glas wordt daarin zwavelwaterstof gevormd. Na voltooiing van het schuimproces en afkoeling worden de blokken op maat gesneden.

Cellulair glasafval kan gebruikt worden voor de vervaardiging van nieuw cellulair glas van mindere kwaliteit. Dit vergt echter extra energie en is daarom ecologisch minder aan te bevelen. Sinds 1980 wordt vermalen cellulair glas gebruikt o.a. bij het aanleggen van autowegen en voor ophogingswerken. Soms wordt het residu ook als los isolatiemateriaal gebruikt.

20.7.5 Dispersie- en silikaatgebonden mortels

De produktie van dispersie- en silikaatgebonden mortels bestaat uit het mengen van verschillende vloeibare en vaste grondstoffen en is daarom in principe geen milieubelastend proces. Op de produktie van de componenten gaan we niet dieper in. Overigens zijn dit geen milieubelastende produktiemethoden. Over de afvoer van pleisterresten is in de tabel informatie te vinden.

20.7.6 Mineraalgebonden mortels

De produktie van deze mortels bestaat in principe uit het mengen van verschillende poedervormige grondstoffen. De winning van die grondstoffen geschiedt veelal door ontgraving en in een enkel geval in mijnbouw. Behandeling van die processen zijn in het kader van dit handboek minder relevant. Over de afvoer van pleisterresten is in de tabel informatie te vinden.

20.8 Afvoer van gevelisolatie bij sloop.

Bij de verschillende isolatiematerialen is beschreven hoe deze als afval kunnen worden aangeboden voor hergebruik, mits deze gescheiden zijn van andere bouwresten. De praktijk leert dat dit scheiden niet altijd schoon materiaal oplevert. Bouw- en sloopafval valt overigens in principe niet onder gevaarlijk afval.