HOOFDSTUKKEN
Kort Tekst    
  Tekst   Inleiding
  Tekst   Over dit handboek
  Tekst   Goed, beter, best
  Tekst   Met dank aan
  Tekst   Geschiedenis
  Tekst   Terminologie
Kort Tekst   Waarom gevelisolatie
Kort Tekst   Systeemopbouw
Kort Tekst   Mortels
Kort Tekst   Bouwfysica
Kort Tekst   Kwaliteitszorg
Kort Tekst   Beoordelingsrichtlijn
Kort Tekst   Detailleren
Kort Tekst   Bestek en technisch advies
  Tekst   Stukadoorsbedrijf en Systeemhouder
Kort Tekst   Werkvoorbereiding
Kort Tekst   Verwerking
Kort Tekst   Arbeidsomstandigheden
Kort Tekst   Controle
Kort Tekst   Milieuaspecten
  Tekst   Schade
Kort Tekst   Onderhoud
Kort Tekst   Garantie
  Tekst   Tot slot
  Tekst   Literatuurlijst
  Tekst   Afkortingenlijst
Kort   Alfabetisch
     
 

Uit het handboek gevelisolatie:

17.10 De afwerking

17.10.1 Voorstrijklaag

Indien dit bij een bepaald systeem is vereist, moet na de door de systeemhouder voorgeschreven periode, voor het aanbrengen van de pleister, eerst de voorstrijklaag op de wapeningslaag worden aangebracht.

Voorstrijklagen zijn alleen van toepassing bij dunne systemen.

17.10.2 Pleister

Na ten minste 48 uur, in elk geval wanneer de wapeningslaag c.q. de voorstrijklaag volledig is gedroogd, moet volgens voorschrift van de systeemhouder, de pleister 'naadloos' worden aangebracht. Aan het verbruik per m², zoals dat door de systeemhouder is opgegeven, moet nauwkeurig de hand worden gehouden.

In principe moet het gevelvlak zonder onderbrekingen in één keer worden aangebracht.

- Dunne pleister

De verwerking van dunne pleisters geschiedt veelal met de hand door middel van het schurend opbrengen. De korrelgrootte en de wijze waarop geschuurd wordt bepaalt het uiterlijk van de gevel in hoge mate.

- Krabpleister

Foto: Het krabben van krabpleister. De krabpleister wordt in een ± 15-18 mm dikke laag, veelal machinaal, aangebracht op de wapeningslaag. Te snelle droging kan worden tegengegaan door de pas aangebrachte pleister met een folielaag te bedekken of de laag regelmatig met nevel vochtig te maken. Afhankelijk van vochtigheid en temperatuur wordt een verhardingstijd tussen een halve en drie dagen in acht genomen. Het is zeer belangrijk dat eventueel ontstane krimpscheuren en z.g. zakscheuren (die soms ontstaan als de dikke pleisterlaag voor verharding 'uitzakt') voor de krabbewerking worden dichtgeklopt. Daarna wordt het oppervlak met een speciale krabborstel gekrabd. De grootste korrels springen daarbij uit de halfharde pleisterlaag tot een laagdikte van ongeveer 8-12 mm wordt bereikt. Bovengenoemde dikte is gebaseerd op de meest toegepaste 5 mm korrel. Er zijn krabpleisters met fijnere korrel leverbaar waarbij een andere laagdikte hoort. Na de krabbewerking, tijdens de verdere verharding, mag de pleister NIET meer met nevel vochtig gemaakt worden.

- Gladde dikke mineraalgebonden pleisters

De gladde dikke mineraalgebonden pleister wordt in principe op dezelfde wijze als de krabpleister aangebracht echter hier is de handmatige afwerking tevens de eindbewerking. Hiermee zijn fijne structuren verkrijgbaar. De z.g. waspleisters worden met nevel 'gewassen' (vgl. uitgewassen grind) waardoor deze pleister een zeer gladde afwerking krijgt.

17.10.3 Afschermen

Tijdens het aanbrengen en het verharden mag de laag niet worden blootgesteld aan regen, felle wind of extreem hoge luchtvochtigheden. Bij het werken tijdens felle zonneschijn, alsmede tijdens het verharden van de pleisterlaag, moet het werk zodanig worden ingericht dat met de stand van de zon rekening houdend, de vers opgezette pleisterlaag steeds in de schaduw ligt. Zonodig dienen hiertoe 'afschermende' maatregelen te worden getroffen.

17.10.4 Aansluitnaad

Het lossnijden van de mortellaag (ongeacht de mortelsoort), bij aansluiting met een ander materiaal (bijv. het kozijn), werkt een niet-strakke-naad in de hand. Een krimpnaad is daarom esthetisch veel verantwoorder. Bouwtechnisch heeft een krimpnaad bij een goede aansluiting geen bezwaren.

17.10.5 Tegels

Bij het aanbrengen van de tegels dient men ervoor te zorgen dat achter de tegels geen holle ruimtes ontstaan. Holle ruimtes kunnen bij condensatie ophoping van vocht en dus schade veroorzaken. Hierbij geeft de z.g. 'buttering-floating'methode de beste en zekerste resultaten. Hierbij wordt op zowel de ondergrond als op de tegel lijm aangebracht en wordt de tegel 'glijdend' op ondergrond aangebracht waardoor er geen luchtbellen achter de tegels kunnen ontstaan. Vaak wordt veel te licht aangekeken tegen de kritische verwerking.

Lees verder...