| HOOFDSTUKKEN | |||
| Kort | Tekst | ||
| Tekst | Inleiding | ||
| Tekst | Over dit handboek | ||
| Tekst | Goed, beter, best | ||
| Tekst | Met dank aan | ||
| Tekst | Geschiedenis | ||
| Tekst | Terminologie | ||
| Kort | Tekst | Waarom gevelisolatie | |
| Kort | Tekst | Systeemopbouw | |
| Kort | Tekst | Mortels | |
| Kort | Tekst | Bouwfysica | |
| Kort | Tekst | Kwaliteitszorg | |
| Kort | Tekst | Beoordelingsrichtlijn | |
| Kort | Tekst | Detailleren | |
| Kort | Tekst | Bestek en technisch advies | |
| Tekst | Stukadoorsbedrijf en Systeemhouder | ||
| Kort | Tekst | Werkvoorbereiding | |
| Kort | Tekst | Verwerking | |
| Kort | Tekst | Arbeidsomstandigheden | |
| Kort | Tekst | Controle | |
| Kort | Tekst | Milieuaspecten | |
| Tekst | Schade | ||
| Kort | Tekst | Onderhoud | |
| Kort | Tekst | Garantie | |
| Tekst | Tot slot | ||
| Tekst | Literatuurlijst | ||
| Tekst | Afkortingenlijst | ||
| Kort | Alfabetisch | ||
|
Uit het handboek gevelisolatie: Veel tijdwinst kan gerealiseerd worden door een optimale inrichting van het werkterrein. Hierdoor worden transporttijden gereduceerd. Voor het personeel moeten er goede en schone schaft- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. 16.3.1 Toegankelijkheid van het terrein Voor een goede uitvoering van het werk is de bereikbaarheid van het werk mede van invloed. Het is daarom sterk aan te bevelen om het maaiveld dat aansluit op de te isoleren gevelvlakkengrijs ca. 2 m1 vanuit de gevel vrij te maken van belemmerende begroeiingen, beplantingen of (aan)bouwsels. Obstakels die niet verwijderd kunnen worden moeten afdoende worden beschermd tegen vervuiling. Ter plaatse van gevelvlakkengrijs waar het systeem onder het maaiveld start, een sleuf minimaal breed 500 mm graven van een dusdanige diepte dat de isolatie en afwerking nauwkeurig kan plaatsvinden. (De afmeting van de sleuf is afhankelijk van de grondslag.) Uitkomende grond dient dusdanig te zijn opgeslagen dat deze de werkzaamheden aan de gevel niet hindert. Indien gebruik moet worden gemaakt van steigers moeten deze voldoen aan de vigerende veiligheidseisen. Voor een goede uitvoering van het werk is het noodzakelijk dat de steiger tenminste 1,00 m1 breed is en slagen heeft van 2,00 m1. De steiger moet voorzien zijn van voldoende mogelijkheden voor verticaal transport van personen en materiaal. De juiste keuze van de verankering van de steiger is zowel van belang voor de veiligheid als voor het uiterlijk van de gevelisolatie. Meestal zal de steiger via de kozijnen verankerd worden. Als dat (bijv. bij een kopgevel) niet mogelijk is dient de steiger aan de muur bevestigd te worden, waarna de isolatielaag daaromheen moet worden aangebracht. Er zijn speciale ankerhulzen waarvan de bevestigingspluggen in de wand achterblijven. Na gebruik wordt de verankering uit de bevestigingsplug losgeschroefd en hergebruikt. Hierna dienen de pluggaten met mortel te worden afgewerkt. Deze werkwijze biedt een goede stabiliteit van de steiger. De noodzakelijke kleine reparaties van de steigergaten vallen bijna niet op. Gedurende de tijd dat er daadwerkelijk aan de gevels gewerkt wordt dient de afstand tussen steiger en dat gedeelte van de gevel waar gewerkt wordt over een breedte van 250 mm vrij van steigervloer gemaakt kunnen worden. Deze 250 mm gerekend tot de voorzijde van het aan te brngen systeem. In ieder geval erop te letten dat ook de staanders aan de gevelzijde zo ver als mogelijk van de gevel af staan. Dit mede i.v.m. het realiseren van een gelijkmatiger structuur. Reden hiervoor wordt in het hoofdstuk 'Mortels' nader toegelicht. Dit betekent dat er gewerkt zal moeten worden met bevloerde (te verwijderen) consoles o.d. aan de gevelzijde van de steiger. In het hoofdstuk 'Arbeidsomstandigheden' wordt ingegaan op de veiligheid van de steiger. 16.3.3 Voorzieningen rond de steiger. Het gevelisolatiesysteem mag niet worden aangebracht tijdens regenweer of hevige wind, tenzij de gevel vooraf en tijdens de werkzaamheden hiertegen zorgvuldig is afgeschermd. Dit betekent in de praktijk dat in vrijwel alle gevallen de steiger aan de bovenzijde moet worden afgedekt. Hierbij te denken aan een kap welke is afgedekt met witte lichtdoorlatende of transparante zeilen minimaal tot en met de bovenste steigerslag. De zeilen die daarbij gebruikt worden dienen door te lopen over de daaronder aan te brengen netten of zeilen. Niet afgedekte steigers kunnen structuurverschillen veroorzaken. Dit verschijnsel wordt nader toegelicht in het hoofdstuk 'Mortels'. Aan de buitenzijde moet de steiger worden voorzien van lichtdoorlatende netten of zeilen om inwateren, beregenen of te snelle droging van de gevel te voorkomen. De netten resp. zeilen mogen pas dan worden verwijderd als de materialen volledig zijn uitgehard. Bij langere werkonderbrekingen (week-end, vakantie) is het nodig het onvoltooide werk af te dekken teneinde de mogelijkheid van het indringen van regenwater te voorkomen. Uitlopen van de goten moeten praktisch altijd omgelegd worden omdat de hemelwaterafvoeren tijdens de werkzaamheden veelal niet aanwezig zijn. Voorkomen moet worden dat regenwater de nog niet verharde pleister of wapeningsmortel wegwast. Met doorwerkvoorzieningen wordt het mogelijk ook tijdens ongunstige weersomstandigheden gevelisolatie aan te brengen. Te denken valt aan het voorzien van de gehele steiger van (isolerende) zeilen. Voor de aanvoer van personeel en materialen dienen dan doorvoersluizen gecreëerd te worden. De werkruimte kan daarna verwarmd worden evt. met blowers. Hierbij dient aandacht besteed te worden aan een gelijkmatige verwarming. Anders ontstaat het risico voor kleurverschillen en scheurvorming. Bij nieuwbouw kan het stoken van de verwarming van het goed ingepakte gebouw, met open ramen, een oplossing bieden. Vaak worden doorwerkvoorzieningen niet getroffen uit kostenoverwegingen. Daarbij worden de financiële voordelen van doorwerkvoorzieningen vaak onderkend. Deze worden gerealiseerd doordat er een hogere bouwsnelheid ontstaat omdat er:
Door de hogere bouwsnelheid ontstaan kostenbesparingen:
Gedetailleerde berekeningen kunnen vaak aantonen dat doorwerkvoorzieningen besparingen opleveren. Dit komt ten goede aan de opdrachtgever, bouwkundig aannemer en het stukadoorsbedrijf. Deze dienen dan ook de kosten te delen. Een belangrijk risico is het weer. De ingepakte steiger is veelal tegen een stevige storm niet bestand. Hiertegen zijn verzekeringen af te sluiten. Ook voor de veiligheid dient erop gelet te worden dat de isolatieplaten dusdanig zijn opgeslagen dat deze niet kunnen wegwaaien bij hevige wind. In de BRL wordt geëist dat alle systeemcomponenten vochtvrij opgeslagen worden. De opslag van (zeker pasteuze) mortels dient droog en vorstvrij te geschieden. De meeste pasteuze mortels zijn na bevriezing niet meer te gebruiken. Mortels en isolatieplaten zijn daarnaast diefstalgevoelig. Een afsluitbare vorstvrije opslagruimte is daarom een noodzaak. De grootte en plaats(en) ervan dienen te worden vastgesteld in overleg met het stukadoorsbedrijf. |
|