| HOOFDSTUKKEN | |||
| Kort | Tekst | ||
| Tekst | Inleiding | ||
| Tekst | Over dit handboek | ||
| Tekst | Goed, beter, best | ||
| Tekst | Met dank aan | ||
| Tekst | Geschiedenis | ||
| Tekst | Terminologie | ||
| Kort | Tekst | Waarom gevelisolatie | |
| Kort | Tekst | Systeemopbouw | |
| Kort | Tekst | Mortels | |
| Kort | Tekst | Bouwfysica | |
| Kort | Tekst | Kwaliteitszorg | |
| Kort | Tekst | Beoordelingsrichtlijn | |
| Kort | Tekst | Detailleren | |
| Kort | Tekst | Bestek en technisch advies | |
| Tekst | Stukadoorsbedrijf en Systeemhouder | ||
| Kort | Tekst | Werkvoorbereiding | |
| Kort | Tekst | Verwerking | |
| Kort | Tekst | Arbeidsomstandigheden | |
| Kort | Tekst | Controle | |
| Kort | Tekst | Milieuaspecten | |
| Tekst | Schade | ||
| Kort | Tekst | Onderhoud | |
| Kort | Tekst | Garantie | |
| Tekst | Tot slot | ||
| Tekst | Literatuurlijst | ||
| Tekst | Afkortingenlijst | ||
| Kort | Alfabetisch | ||
|
Om te berekenen hoeveel besparing een isolatievoorziening oplevert dienen gegevens aanwezig te zijn van alle constructiedelen van het gehele gebouw (dus o.a. dak, vloer, muren en kozijngedeelten). Daarnaast dient bekend te zijn welk rendement het verwarmingssysteem heeft, welke brandstof gebruikt wordt, welke temperaturen er gewenst zijn etc. Ook speelt het woningtype een rol. Warmteverlies via woningscheidende wanden is bijvoorbeeld te verwaarlozen. Daarnaast dient bekend te zijn met welke winterse temperaturen of graaddagen rekening gehouden dient te worden. Begrijpelijk dat e.e.a. resulteert in een zeer gecompliceerde berekening. Na de oliecrisis, tijdens de eerste golf van isolatiewerkzaamheden in ons land, werd de volgende vuistregel geïntroduceerd: De besparing aan gas als gevolg van een isolatiemaatregel bedraagt: 10 m³ gas per jaar per m² geïsoleerde gevel maal het verschil in K-waarde voor en na de isolatie. Deze rekenmethode geeft slechts een zeer grove indicatie van de mogelijke besparing. De genoemde K-waarde wordt bekend met de formule:
Onderstaand wordt deze vuistregel op de eerder berekende gevel toegepast:
De energiebesparing wordt groter bij dikkere isolatie. Onderstaande grafiek geeft aan dat dikkere isolatie zeker niet rechtevenredig meer bespaart. Nogmaals wordt met nadruk gesteld dat deze globale berekening, daar waar een exacte berekening vereist wordt, bijv. voor een kosten-baten analyse, niet volstaat en dat in die gevallen een deskundige geraadpleegd moet worden. In ontwerp: grafiek Omschrijving Procenten besparing Voetnoot: De besparing in procenten per 10 mm toegepaste isolatie. 10.3 Warmteïsolatie en het bouwbesluit In het bouwbesluit worden eisen gesteld waaraan de isolatie van complete woningen dient te voldoen. Hierbij kan bijv. de warmteweerstand van de gevel binnen bepaalde grenzen worden verhoogd en die van de vloer gelijktijdig worden verlaagd. Om een woning op deze wijze te berekenen is een redelijk gecompliceerde berekening noodzakelijk. Wil men van deze mogelijkheid geen gebruik maken dan dienen de diverse onderdelen van de woning te voldoen aan bepaalde Rc-waarden. Voor gevels van nieuwbouwwoningen is in dat geval vereist dat de Rc-waarde minstens 2,5 m².K/W is. In het bouwbesluit staat een zeer beknopte tabel met l -waarden van produkten. Deze tabel enigszins wijkt af van de NEN 1068 waarnaar het bouwbesluit veelal verwijst. Fabrikanten hanteren vaak andere waarden. Dit is toegestaan indien deze bepaald zijn volgens NEN 2444. Soms zijn de waarden die in het bouwbesluit worden genoemd gunstiger dan de waarden die door fabrikanten volgens de NEN 2444 worden bepaald! Hierdoor wordt het exact berekenen van de Rc-waarde volgens het bouwbesluit redelijk gecompliceerd. Dit wordt nog gecompliceerder als in het najaar van 1995 de Energie Prestatienormering (EPN) van kracht wordt. De definitieve invoeringsdatum is afhankelijk van de voortgang van de wettelijke procedures. Indien de bepaling van de isolatiewaarden van groot belang is, is het raadzaam hiertoe een gespecialiseerd bureau in te schakelen. Een koudebrug in de gevel is een niet-geïsoleerde verbinding tussen buiten en binnen. Pluggen zijn dus eigenlijk koudebruggen. In praktijk valt het warmteverlies via pluggen erg mee. Koudebruggen die wel grote invloed hebben op constructies zijn uitkragende wanden of balkons. Vooral in de renovatie zijn deze niet altijd te voorkomen. Tekeningen (ontbreken nog) tonen aan het temperatuurverloop van een ongeïsoleerde en geïsoleerde uitkragende wand. Hieruit blijkt dat het gedeeltelijk isoleren van een uitkragende wand zeer positieve resultaten kan hebben. Indien koudebruggen niet worden geïsoleerd blijft de gevel aan de binnenzijde op die plaats koud. In dit geval blijft de kans bestaan op condensatie, die op haar beurt weer tot schimmelvorming kan leiden. Afbeelding omtbreekt Omschrijving Temperatuurverloop De gedeeltelijke isolatie van een uitkragende wand lost bijna geheel de koudebrug op. Vaak wordt gesuggereerd dat gevelisolatie nadelig is i.v.m. de vochthuishouding in een gebouw. Dit omdat het 'ademend gedrag van de gevel' teniet zou worden gedaan. Dit is onjuist. De gevel heeft slechts een zeer marginale invloed op de vochthuishouding zodat er in het geheel geen sprake is van een 'ademende gevel'. Literatuur toont aan dat veel minder dan 1 % van het vocht uit de woning, via de gevel uittreedt. Het meeste vocht verlaat de woning door ramen, deuren, ventilatie, kieren etc. De meeste gevelisolatiesystemen laten dampmoleculen door en houden vocht tegen. Toepassing van gevelisolatie vermindert de dampdoorlatendheid wel iets, maar omdat er sprake is van marginale hoeveelheden damp, is dit geen probleem. Bij een hoog aanbod van vocht van binnenuit kan het raadzaam zijn dampdichte materialen toe te passen, bijv. cellulair glas. Bij nieuwbouw kan er sprake zijn van bouwvocht in de ondergrond waartegen de gevelisolatie is aangebracht. Dit bouwvocht zal de constructie moeten verlaten en dit zal plaatsvinden langs de weg waar het vocht de minste weerstand ondervindt. Afhankelijk van de dampdichtheid van de gevelisolatie zal dit sneller of langzamer plaatsvinden, waarbij ook uittreding van vocht naar de binnenzijde kan plaatsvinden. Nadat het bouwvocht is verdwenen zal normaliter alleen het geringere vochttransport van binnen naar buiten plaatsvinden. Een diepgaandere beschouwing van het vochtgedrag is niet zinvol. In de praktijk zijn er onder de meeste omstandigheden geen problemen met dampdichtheid / openheid van de (geïsoleerde) gevel. Een veel voorkomend misverstand is dat in elke (gevel)constructie inwendige condensatie (oftewel een dauwpunt) optreedt. Bij gevelisolatie is dit normaliter niet het geval omdat de isolatie aan de koude zijde van de constructie wordt aangebracht. Grafisch worden de z.g. dampspanningslijnen in de gevel weergegeven (gevelopbouw als eerder berekend). Voor een diepgaande verhandeling over dit onderwerp de literatuur raadplegen. Tegels hebben, in tegenstelling tot mortels, een grote dampdichtheid waardoor in de winter achter de tegels wel een dauwpunt (inwendige condensatie) ontstaat. Dit komt omdat de dampdichte tegel aan de koude kant van de isolatieplaat wordt aangebracht. Inwendige condensatie is alleen van belang als de hoeveelheid condensaat groot is en als deze gedurende de zomerperiode de constructie niet kan verlaten. Literatuur toont aan dat, zelfs uitgaande van een strenge winter, de condensatie (in grammen vocht per m²) gering is. Het vocht verlaat de constructie gedurende de zomerperiode. GRAFIEK ontbreekt Omschrijving Staaftabel Opbouw en afbraak van inwendige condensatie bij gevelisolatie afgewerkt met tegels. Gevelisolatie biedt, wat het tegengaan van geluidhinder betreft, weinig tot geen voordeel; vooral kozijnen incl. glaspartijen en ventilatieopeningen zijn bepalend voor de geluidswerende kwaliteiten van een gevel. In het bouwbesluit is vastgelegd dat een buitengevel een geluidsisolerend vermogen dient te hebben van minstens 20 dB(A). De steenachtige ondergrond waartegen de gevelisolatie wordt aangebracht is meestal ruimschoots voldoende om deze 20 dB(A) te bereiken. De gevelisolatie zelf voegt daar vanwege zijn geringe gewicht praktisch niets aan toe. Daar waar een hogere geluidswering verlangd wordt, of de onderconstructie zelf niet voldoende geluidsisolerend vermogen heeft, dienen extra voorzieningen getroffen worden. Tussen woningen kan gevelisolatie soms zelfs een negatieve rol spelen. Geluidsoverdracht is in principe mogelijk door trillingen die zich via de gevelisolatie langs de woningscheidende wand voortplanten. Dit is echter alleen van toepassing bij ondergronden met een licht gewicht. Houtskeletbouw voorzien van gevelisolatie vraagt daarom extra aandacht. Vergelijkingen tussen de toegepaste isolatiematerialen in gevelisolatiesystemen is, vanwege minimale invloed die deze systemen op geluidsisolatie hebben, nauwelijks relevant. Meer informatie over geluidsisolatie is op te vragen bij het NSG. Brandeisen in het bouwbesluit verlangen dat de systemen in woningbouw dienen te voldoen aan brandklasse IV. Voor gestapelde woningbouw, met een woningscheidende vloer op meer dan 5,00 m¹ boven maaiveld, wordt geëist dat tot 2,50 m¹ de gevel aan brandklasse I voldoet. Systemen met KOMO-Attest zijn getest op brandwerendheid. In algemene zin kan gesteld worden dat systemen met dispersiegebonden pleisters voldoen aan brandklasse II en systemen met silikaat- en mineraalgebonden pleisters aan brandklasse I. De isolatiesoort speelt daarbij geen belangrijke rol. Een bekende vorm van corrosie van metalen is de aantasting van metalen door vochtige lucht of door (zuurstofbevattend) water. Bij staal binden de staalmoleculen zich aan de water- en zuurstofmoleculen tot een oxidelaag, beter bekend onder de naam roest. Omdat roest zeer poreus is zal deze oxidatie doorgaan tot het staal doorgeroest is. Oxidatie komt ook bij bijna alle andere metalen voor maar dat hoeft lang niet altijd zo funest te zijn als roest bij staal. Bijv. bij zink, tin, aluminium, nikkel en chroom ontstaan stevige vaste oxidelagen die het metaal afsluiten waardoor het corrosieproces stopt. Het corrosieproces wordt versneld als in het vocht opgeloste moleculen met een positieve en negatieve lading (ionen) aanwezig zijn. Een voorbeeld hiervan is zeewater. De in het water opgeloste zoutmoleculen (Na+ en Cl-) zorgen voor het 'ladingtransport'. Het zout heeft daarbij een z.g. kataliserende oftewel procesversnellende werking. Begrijpelijk dat de zoutconcentratie daarbij een belangrijke rol speelt. Oxidatie kan worden voorkomen door de toe te passen metalen te voorzien van een beschermende laag. Voor een overzicht van deze beschermlagen zie het hoofdstuk 'Systeemopbouw' Minder bekend is dat ook metalen, net als het eerder genoemde zout, een kataliserende werking hebben. De plaats van de metalen in de z.g. 'spanningsreeks van metalen' speelt daarbij een rol. Deze spanningsreeks geeft het elektrodepotentiaal van een stof aan, waar in dit verband niet nader op wordt ingegaan. Metalen die hoog zijn opgenomen in deze lijst noemt men edeler. Als twee metalen, in een vochtig milieu, tegen elkaar worden aangebracht zal het 'minder edel' metaal corroderen omdat de moleculen worden afgebroken tot ionen voor het ladingtransport. Hoe groter het verschil in elektrodepotentiaal, des te heftiger deze corrosie zal optreden. Dit proces wordt ook wel elektrolytische werking van metalen, galvanische corrosie of contactcorrosie genoemd. Een voorbeeld van schade door spanningscorrosie die binnen redelijk korte termijn plaatsvindt is de bevestiging van loden slabben met stalen nagels of stalen nagels die in een (natte) zinken goot achterblijven. Een van de voorbeelden waar spanningscorrosie bij gevelisolatie een rol speelt zijn de contactvlakkengrijs tussen loden slabben en metalen profielen of de keuze van bevestigingsmiddelen daarbij. RVS is aan te bevelen omdat dit (praktisch) niet corrodeert. Door bij detaillering het contact van verschillende metalen te vermijden of te minimaliseren wordt spanningscorrosie tegengegaan. Overigens is spanningscorrosie een traag proces dat afhankelijk is van de vochtigheid en de potentiaalverschillen. Het contact tussen verschillende metalen leidt daarom zeker niet altijd tot daadwerkelijke schade. |
||||||||||||||||||||||