| HOOFDSTUKKEN | |||
| Kort | Tekst | ||
| Tekst | Inleiding | ||
| Tekst | Over dit handboek | ||
| Tekst | Goed, beter, best | ||
| Tekst | Met dank aan | ||
| Tekst | Geschiedenis | ||
| Tekst | Terminologie | ||
| Kort | Tekst | Waarom gevelisolatie | |
| Kort | Tekst | Systeemopbouw | |
| Kort | Tekst | Mortels | |
| Kort | Tekst | Bouwfysica | |
| Kort | Tekst | Kwaliteitszorg | |
| Kort | Tekst | Beoordelingsrichtlijn | |
| Kort | Tekst | Detailleren | |
| Kort | Tekst | Bestek en technisch advies | |
| Tekst | Stukadoorsbedrijf en Systeemhouder | ||
| Kort | Tekst | Werkvoorbereiding | |
| Kort | Tekst | Verwerking | |
| Kort | Tekst | Arbeidsomstandigheden | |
| Kort | Tekst | Controle | |
| Kort | Tekst | Milieuaspecten | |
| Tekst | Schade | ||
| Kort | Tekst | Onderhoud | |
| Kort | Tekst | Garantie | |
| Tekst | Tot slot | ||
| Tekst | Literatuurlijst | ||
| Tekst | Afkortingenlijst | ||
| Kort | Alfabetisch | ||
|
Uit het handboek gevelisolatie: Alle mortels bestaan uit:
9.1.1 Kunstharsgebonden mortels Kunstharsgebonden mortels zijn opgebouwd uit zand en gemalen natuursteen gemengd met een waterige kunstharsdispersie. Hieraan worden vaste en/of vloeibare kleurpigmenten en andere vulstoffen toegevoegd. Hoewel de naam anders zou doen vermoeden is het percentage kunsthars veelal minder dan 20 %. De mortel wordt in pasteuze vorm geleverd, meestal in emmers. Bij kunstharsgebonden mortels ontstaat rond de korrels van de toeslagmiddelen een film; dit (fysisch) proces wordt ook wel filmvorming genoemd. De temperatuur, relatieve vochtigheid en de vochtigheid van de wapeningslaag spelen bij de verharding een zeer belangrijke rol. Soms zijn de weersomstandigheden bij de verwerking dermate slecht dat de pleisterlaag niet goed verhardt. In dat geval kan er vocht achter een (enigszins) verharde laag blijven zitten. Dit water beschadigt op een later moment de pleisterlaag. Bij te hoge temperaturen en/of een lage luchtvochtigheid kunnen enkele toeslagmiddelen te snel verdampen. Hierdoor ontstaat ook een onjuiste samenstelling van de pleister. Te lage temperatuur en het nat worden of bevriezen van drogende lagen kan de filmvorming ook verstoren. Gedurende de verhardingstijd dienen daarom maatregelen genomen te worden om dit te voorkomen. Een kunstharsgebonden pleister mag niet onbeschermd onder het maaiveld wordt toegepast. De kunstharsdeeltjes kunnen n.l. week worden als zij continu met vocht in aanraking. 9.1.2 Gesiliconiseerde kunstharsgebonden mortels Een redelijk nieuwe ontwikkeling is de z.g. siliconenharsgebonden mortel. Omdat siliconenhars op zichzelf niet als bindmiddel kan worden gebruikt is er sprake van het mengen van kunsthars met siliconenemulsie. In Duitsland zijn de leveranciers van dispersiegebonden mortels overeengekomen dat er sprake is van een z.g. siliconenharsgebonden mortel indien het bindmiddel minstens 50 % siliconentoeslag t.o.v. de kunststofdispersie heeft en indien de dampdoorlatendheid een bepaalde waterdampweerstand niet overschrijdt. Vaak wordt de naam siliconenharsgebonden mortel echter ook gegeven aan mortels die niet aan deze criteria voldoen. Omdat de KOMO-Attesten niet aangeven welk percentage siliconenemulsie is toegevoegd is het maken van dit verschil in dit handboek verder niet zinvol. Het kan daarom voorkomen dat in dit handboek genoemde systemen met gesiliconiseerde pleisters 'echte' siliconenharsgebonden mortels zijn. De gesiliconiseerde kunstharsgebonden mortel wijkt slechts op enkele punten af van het beschrevene over kunstharsgebonden mortels. Alleen deze afwijkingen worden beschreven. De waterafwijzendheid is de belangrijkste extra eigenschap die aan de gesiliconiseerde kunstharsgebonden mortels toegeschreven wordt. Daarnaast zijn deze mortels relatief dampopen. Aan de keerzijde van de medaille is de langere verhardingstijd en de prijs van deze mortels te noemen. De grondstoffen daarvoor zijn nl. schrikbarend duur. Siliconen worden onder invloed van Ultraviolet (UV) licht afgebroken. Hoe hoger het siliconenharsaandeel hoe langzamer de afbraak onder invloed van UV-licht plaatsvindt. 9.1.3 Silikaatgebonden mortels Silikaatgebonden mortels worden al ongeveer 125 jaar toegepast en zijn eigenlijk mineraalgebonden mortels. Silikaatgebonden mortels zijn opgebouwd uit zand, gemalen natuursteen en kaliumsilikaat (= waterglas). Hieraan worden droge pigmenten en andere toeslagstoffen toegevoegd. Door uittreden van het water en de reactie met kooldioxide uit de lucht vindt verharding plaats. Hierbij ontstaan kleine poriƫn in de mortellaag. De verharding vindt plaats bij hogere temperaturen dan andere mortels. Onder invloed van vocht kunnen ongebonden mortelcomponenten uittreden. Dit uit zich in een witte uitbloeiing die na verloop van tijd wegwast. Bijna altijd worden silikaatgebonden pleisters daarom, soms enige tijd na het aanbrengen, overgeschilderd. 9.1.4 Mineraalgebonden mortels Mineraalgebonden mortels worden sinds de oudheid gebruikt. Zij zijn opgebouwd uit gemalen natuursteen, kalk en cement. Hieraan worden droge pigmenten en andere toeslagstoffen toegevoegd. Soms wordt, ter bevordering van de elasticiteit en hechting, een kunsthars toegevoegd. De mortel verhardt door een reactie van cement met water en kalk met kooldioxide. De reactie van de kalk met de kooldioxide blijft lange tijd (jaren!) doorgaan. Het eindprodukt wordt daardoor steeds harder. De verharding dient plaats te vinden boven het vriespunt. Indien vorst intreedt bestaat de kans dat de mortel kapot vriest. Dit is afhankelijk van hoever de mortel op dat moment is uitgehard. Er zijn twee belangrijke mineraalgebonden pleisters: - Dunne mineraalgebonden pleister Dunne mineraalgebonden pleisters zijn in dikten en structuren uit te voeren die vergelijkbaar zijn met de eerder besproken pleisters. Deze pleister heeft een voor mineraalgebonden pleisters gunstige elasticiteitsmodule waardoor deze scheuroverbruggende eigenschappen heeft. Bij z.g. dunne lichtgewicht mineraalgebonden pleisters zorgen lichte toeslagmiddelen voor een aanzienlijke vermindering van het gewicht en dus voor een verbeterde verwerking. - Dikke mineraalgebonden pleister De meest toegepaste mineraalgebonden pleister is de krabpleister. Deze wordt in een ca. 15-18 mm dikke laag aangebracht op de wapeningslaag. Na enige uithardtijd wordt het oppervlak met een krabborstel opengekrabd waarbij de laagdikte ongeveer 8-12 mm wordt. bereikt. Bovengenoemde dikten zijn gebaseerd op de meest toegepaste korrelgrootte van 3,0-3,5 mm. Er zijn leveranciers die krabpleisters met fijnere korreldiktes leveren. De genoemde laagdiktes moeten dan natuurlijk worden aangepast. Deze pleisters bieden dan een fijnere structuur. Er zijn ook glad afgewerkte dikke mineraalgebonden pleisters mogelijk. Deze worden in ons land slechts zeer sporadisch toegepast. |
|